Werk dag

Hoofdpijn. Marja zette haar bril af, en masseerde haar slapen. Zo direct haar zesde overleg, en de dag was nog lang niet om. Altijd een gekkenhuis in het onderwijs zo vlak voor de vakantie, maar dat kreeg ze haar bestuur niet uitgelegd. Ingelaste avondvergadering, had de voorzitter haar vanochtend laten weten. Om kennis te maken met het nieuwe bestuurslid, daar kregen ze een goede aan, dat zou ze wel merken. Veel creatieve ideeën, top. Ze zuchtte, en concentreerde zich op de vergaderstukken die voor haar lagen. Haar assistente, die nieuwe koffie kwam brengen, snufte: ‘Wat ruikt het hier bedompt, zal ik het raam openzetten?’ Ja, zo ging dat, dacht Marja: je wordt als frisse wind binnengehaald, en voor je het weet ruiken je kleren naar te lang sudderende compromissen. ‘Graag. En laat Sandra maar binnenkomen.’

‘Sandra, we moeten serieus met elkaar praten,’ zei ze, na koffie te hebben ingeschonken. Ze keek haar Hoofd Communicatie aan, en bedacht opnieuw dat ze geen idee had wat er omging in de vrouw tegenover haar. Sandra oogde bijna kwetsbaar zoals ze daar zat, met die grote glanzende ogen in een smal gezicht en die tengere schouders die bijna bezweken onder haar weelderige bos rode krullen. Marja had al vaak gemerkt dat de mannen hier op het hoofdkantoor automatisch een beschermende houding aannamen als Sandra in de buurt was, en galant de deur openhielden,  haar stoel aanschoven, haar koffie inschonken. En een stille strijd leverden om haar aandacht, want naast frêle was Sandra ook mooi, op een exotische manier. Daar droeg haar kledingstijl zeker toe bij. Wie anders dan zij zou er op een gewone werkdag aan komen ruisen in een glanzende jurk van donkere zijde? Waarin ze er ook nog zo prachtig uitzag dat Marja een steek van jaloezie voelde. Haar eigen met zorg gekozen mantelpakje was ineens te degelijk, te wollig, te… vierkant. Niet afdwalen, riep ze zichzelf tot de orde. Het ging hier niet om Sandra’s kledingstijl, maar om haar manier van optreden. Ook die was uniek. En volstrekt ongepast.

‘Maar ze was een spin in het web, dat zei ze zelf. Daarom leek het me een leuk idee. Toepasselijk ook. Dus toen ik het op de lijst van de cateraar zag staan, als duurzame snack…’ Sandra keek haar oprecht verbaasd aan. `Leuk? Sandra, de kandidaat in kwestie heeft een formele klacht tegen ons ingediend. En dreigt met publiciteit over de manier waarop sollicitanten hier worden ontvangen. Met een schaaltje gedroogde vliegen bij de thee. Hoe haal je het in hemelsnaam in je hoofd?’ Marja zuchtte. ’Ik heb al eerder tegen je gezegd dat je niet zomaar overal de spot mee kunt drijven.  Na die heisessie laatst, waarin je ineens verdwenen was. “Om laaghangend fruit te gaan plukken.” Zo zet je jezelf voor joker in deze organisatie.’ ‘Voor joker?’ Sandra’s donkere ogen vonkten. ‘Jij zette mij voor joker, ja, met dat verhaal over laaghangend fruit. Er waren nog helemaal geen appels in de boomgaard, de bomen stonden nog in bloei.’

Intens vermoeid keek Marja haar aan. Zou ze een autist zijn? Die namen toch alles letterlijk? ‘Autist?’ Sandra keek haar verbaasd aan. ‘Welnee. Atalanta, dat ben ik.  Je weet wel, de vlinder. Die zochten jullie: Ben jij die vlindervrouw die communiceert en verbindt?,  zo stond het in de advertentie. En dat was ik, ben ik. Niemand meer dan ik. Dus ik reageerde, en kreeg de baan. Maar blijkbaar hebben we elkaar toch verkeerd begrepen.’ Sandra stond gedecideerd op. ‘Aangezien ik hier niet gewenst ben, ga ik – hoe zeggen jullie dat ook alweer – mijn horizon verleggen’. Ze rechtte haar rug, spreidde haar glanzende vleugels uit. Met een paar ruisende slagen was ze bij het openstaande raam.  In de vensterbank keek ze nog even om, met een medelijdende blik. ‘Sterkte, Marja. Je deed me altijd denken aan zo’n ploeterende mier. Alleen zijn die met velen, en sta jij er alleen voor.’ Sierlijk verdween ze door het raam, de lage middagzon tegemoet. Ze liet een intense bloemenlucht achter. Een geur van lang geleden, van zorgeloze zomers. En van verlies, bedacht Marja.

Ze zat als verdoofd op haar stoel. Haar hoofd bonsde nu zo, dat ze het gevoel had dat het ieder moment uit elkaar kon barsten. Een ritmisch klopje, en de deur zwaaide open. ‘Ik dacht, laat ik je nu alvast begroeten. Dan sta je straks bij de vergadering niet vreemd te kijken. En Marja, meid, ik heb toch een geweldig idee…’. Verdwaasd keek ze op, recht in het gezicht van Kees. Kees haar flamboyante voorganger, wiens creatieve puinhopen ze vier jaar lang had moeten opruimen. En nu dus Kees, het kersverse bestuurslid. ‘Kees’, stamelde ze. ‘Je bent niets veranderd.’ ‘Nou, jij wel, Marja. Hard aan het werk zeker? Trouwens, heb je een nieuw luchtje? Geen succes, veel te zwoel voor jou.’