Vlindervrouw

Nu was zij aan de beurt, ze gingen de kring rond. Vooruit. Ze slikte, en zei: ‘Ik ben een vlinder.’ 
‘Een vlinder. Waarom een vlinder, Sandra?’ De trainer keek haar aan met de blik die paste bij hoe hij zich gepresenteerd had: ‘Mijn naam is Sjors, en ik ben een OEN. Open, Eerlijk, Nieuwsgierig.’

 ’Nou, gewoon. Ik fladder van bloem naar bloem, en zorg voor de verspreiding van stuifmeel. Zodat er nog meer bloemen bloeien.
Figuurlijk dan, hè? Want eigenlijk gaat het om informatie, natuurlijk.’ 
Haar collega’s keken neutraal voor zich uit: Kees de tijger, Marja de leeuw, en Ingrid de olifant. Paul het paard keek naar zijn schoenen. 
‘Zo zie ik dus mijn rol’, probeerde ze af te ronden.
‘Mooi. Mensen, we hebben hier een vlinder. Wie wil reageren?’ 
Stilte.
Sjors ging blijmoedig door:’ Dit is spannend, mensen. Tot nu toe kwamen we op waarden als moedig, vastberaden, volhardend, strijdlustig.
En nu komt die vlinder het plaatje binnengefladderd. Wat doet dat met jullie? En herkennen jullie Sandra als vlinder?’
Sandra zag in Marja’s blik dat die zich zeer zeker iets kon voorstellen bij een wild fladderende Sandra, helaas net buiten het bereik van haar vlindernet. 
‘Innovatie.’ Het schoot haar net op tijd te binnen. ‘Ik zorg voor innovatie. Ons speerpunt voor komend jaar, toch?’ 
Paul keek op, en knikte. De rest mompelde wat.
Sjors straalde professioneel: ‘Mensen, de cirkel is rond. Mooie prestatie. Koffie!’