Eva en de reiger

Eva loopt met een onbehagelijk gevoel de vergaderzaal in. Wat zit haar dwars? De hele dag binnenzitten voor een teamvergadering met dit stralende weer? Geen aanlokkelijk vooruitzicht, maar nee, er is iets anders, denkt ze. Iets met hun nieuwe baas? Ze kan het niet goed onder woorden brengen, en haar pogingen om collega’s te polsen zijn gestrand. ‘Wat denken jullie nou van Rick? Vinden jullie ook niet dat hij… nou ja… een beetje…’ . Ze kennen haar langer dan vandaag, Eva met haar grote fantasie.

Ze zoekt een plaatsje achterin en gaat zitten. Moe laat ze haar hoofd hangen en kijkt naar de vloer. Aan haar voeten slingeren bloemranken met enorme kelken over een grote groene vlakte. En terwijl voorin de zaal Rick aan zijn toespraak begint, volgt ze de kronkels met haar ogen en tekent de kelken na in de kantlijn van haar schrift. Lelies, denkt ze, rode lelies, wie bedenkt zo’n tapijt? En dat felle groen, dat in het licht van de tl-lampen bijna zeer doet aan je ogen. Zeker na vannacht: om een uur of drie was ze zwetend wakker geschrokken uit een bizarre droom en had niet meer in slaap kunnen komen.

Rick verheft inmiddels zijn stem, en Eva schrikt op. ‘Daarom moeten we nu ingrijpen,’ betoogt hij vurig, ‘en ik schat dat de helft van jullie zal moeten verdwijnen.’  Hij heeft een bijna triomfantelijke blik in zijn opvallend bruin-gele ogen, en zijn lange spitse neus lijkt scherper dan ooit. Eva huivert, en kijkt naar haar collega’s. Waarom zegt niemand iets? Iedereen zit daar maar, ze lijken wel verlamd.

Om Ricks priemende blik te ontwijken, kijkt ze weer naar haar voeten. Dat groen! Heeft niemand anders daar nou last van? Dat harde, opdringerige groen. Kunstgrasgroen? Nee, eerder de kleur van het kroos in de vijver hier buiten, naast hun kantoor. Kroosgroen. Eva’s gedachten dwalen af. Als de vloer kroos is, wat zijn wij dan? Het kroosjesvolk? Of nee, zijn we kikkers?  En Rick, wat is Rick dan? Zoals hij daar dreigend staat, in zijn chique grijze pak… In een flits komt een gruwelijk beeld uit haar nachtmerrie naar boven.

Eva krijgt het benauwd. De bloedrode kelken op het kroostapijt komen op haar af, willen haar wurgen met hun kronkelstelen. Happend naar adem rent ze de zaal uit naar het toilet,waar ze haar handen lang onder de koude kraan houdt. De witte tegels hebben een geruststellende glans, koel en neutraal.

Als ze weer op de gang komt, staat daar het meisje van de catering klaar met de lunch. In afwachting van haar collega’s vraagt Eva alvast een kop koffie. Dan gaat de zaaldeur open, en Rick komt alleen naar buiten. Langbenig en zelfverzekerd in zijn witte overhemd met zwarte boord. ‘Wilt u een broodje’, vraagt het meisje. ‘Nee, dank je,’ zegt Rick, en kijkt naar Eva, zijn hoofd een tikje schuin. ‘Ik heb net gegeten.’ En met een voldane blik in zijn gele ogen stapt hij naar buiten, richting de vijver.