Een brug te vroeg

Wennen, echt wennen, deed het niet, hoe vaak ze hier inmiddels al was overgestoken. Anna voelde hoe de trillingen van de betonnen treden resoneerden in haar buik,  en greep in een reflex naar de leuning van de glazen loopbrug.  Terwijl ze voetje voor voetje de lange trap op liep, sprak ze zichzelf moed in: kom op, je bent al bijna halverwege. Maak je niet druk om de wind, gewoon een herfststorm. Ze werd ingehaald door een paar jonge trainees die met twee treden tegelijk naar boven snelden, druk in gesprek. Ze moesten eens weten, dacht Anna, hoe de directeur Risicomanagement  hier liep te bibberen. 

Misschien kwam het ook wel omdat ze die nacht voor het eerst in lange tijd weer gedroomd had van de eerste keer dat ze over de brug had moeten lopen. Drijfnat was ze wakker geschrokken, net zo bezweet als toen bij de opening van het nieuwe hoofdkantoor van de bank. Tijdens de officiële rondleiding liep ze voorop, samen met de architect. Het atrium door, de trap naar de eerste verdieping, door de hal, en daar stonden ze dan, aan het begin van de schuin oplopende  buis van beton, glas en staal die de verbinding vormde tussen het hoofdgebouw en de vierde verdieping van de vleugel waar zij haar kantoor zou krijgen.  De architect had het stokken van haar adem blijkbaar geïnterpreteerd als een teken van bewondering, en had tijdens de oversteek een gloedvol betoog tegen haar afgestoken. Dat je het idee moest hebben dat je één was met de omgeving buiten,  vandaar al dat glas, en dat de constructie flexibel en veerkrachtig was, vandaar die trillingen als je liep.  Zelf trilde ze die middag het meest: ze dwong zichzelf om met het hart in haar keel de eindeloze reeks onhandig diepe treden te beklimmen (bewust, want je mocht niet in een bepaalde cadans komen bij het lopen) en kwam bijna hyperventilerend aan de overkant aan. Haar feestjurk had ze kunnen uitwringen, gelukkig kon daar later een jasje overheen. In de loop der tijd waren de scherpste kantjes van die angstige ervaring wat afgesleten, en was het een anecdote geworden waar Anna op feestjes haar reputatie als geestige vrouw mee bevestigde. ‘In mijn carrière heb ik geen last van een glazen plafond, maar van een glazen trap.’

Anna was zich ervan bewust dat de manier waarop ze haar dagelijkse uitdaging te lijf ging – behoedzaam, stap voor stap, en in opperste concentratie op haar doel af – precies paste bij haar manier van werken. Die stijl, haar stijl,  was uitvoerig onderwerp van gesprek geweest toen ze solliciteerde bij de bank, toen er na drie gespreksrondes en een zwaar assessment nog steeds twee kandidaten over waren. Allebei vrouwen, conform de uitdrukkelijke wens van het bestuur. De voorzitter van de commissie had haar gebeld, en verteld dat ze er niet goed uit kwamen. Dat de meningen in de commissie verdeeld waren over welke aanpak het beste paste bij de ingewikkelde situatie waarin de bank verkeerde. Dat er veel respect was voor haar gedegen voorbereiding, haar overduidelijke werkkracht en haar kalme doorzettingsvermogen. Maar dat anderzijds haar tegenkandidaat sneller was, scherper in haar analyses, daadkrachtig en competitief.  Anna, die door een fout van het assessmentbureau de naam van haar tegenkandidate had gezien, had die typeringen inwendig alleen maar kunnen beamen.  Inderdaad , Loes was een heel ander type dan zij. Dat was al gebleken toen ze samen in het topklasje zaten waarin ze werden klaargestoomd voor een carrière bij de bank. Bij Loes had ze meteen moeten denken aan een hazewindhond. Rank, alle spieren gespannen, altijd klaar om erop af te gaan, te jagen, te slagen, te scoren. Een trotse jager, vermomd in strak mantelpak en op killer heels. In die vergelijking was zij zelf eerder een golden retriever. Ook een jachthond, maar wel met een zachte beet. Goedmoedig, betrouwbaar en sociaal. In het klasje was ze geliefd om haar open en loyale opstelling, en ze had er een paar vrienden aan  over gehouden. Loes hoorde daar niet bij; daarvoor waren ze veel te verschillend. Anna had dan ook niet de behoefte gevoeld om haar te laten weten dat de eindstrijd om de baan tussen hen beiden ging. Het had haar extra goed gedaan toen de keuze uiteindelijk op haarzelf was gevallen, al realiseerde ze zich maar al te goed dat de inschatting van de hoeveelheid puin die geruimd moest worden, en de hoeveelheid tijd en energie die dat ging vragen, de doorslaggevende factoren waren geweest. Ausdauer, dat was nodig, had de bestuursvoorzitter gezegd. Ze hadden gekozen voor een harde werker, niet spannend, niet sexy, wel nodig. Ach, uiteindelijk maakte dat niet uit. Binnen is binnen. Zelfs als blijkt dat de puinhopen nog veel groter zijn dan gedacht. En zelfs als je daarvoor iedere dag over zo’n akelige loopbrug heen moet.

Anna schrok op uit haar gedachten toen een nieuwe windvlaag  aan de glazen panelen rukte en een golf koude lucht door de buis joeg. Haar hart ging nog sneller slaan, en dat terwijl ze deze ochtend toch al extra gespannen was. Normaal zou ze niet opzien tegen het wekelijkse teamoverleg dat over een kwartier zou starten, ook al moest ze haar team overtuigen van de noodzaak om pittige besluiten nemen. Nee, het was het onverwachte bericht dat de bestuursvoorzitter de vergadering wilde bijwonen dat haar niet lekker zat. Dat was heel ongebruikelijk, want  het bestuur bleef normaal altijd op afstand. Maandelijks leverde ze een rapportage aan, en kwam die op verzoek mondeling toelichten. De laatste keer had ze het bestuur erop gewezen dat ze echt meer personeel nodig had om de taken rond het risicomanagement echt goed uit te kunnen voeren. Een duidelijk antwoord had ze nog niet gekregen, en toen ze ernaar had gevraagd, had ze alleen te horen gekregen dat de voorzitter tijd had vrijgemaakt om bij haar en haar team langs te komen. Vreemd.

Nu ze bijna aan het einde van de lange passage was gekomen, draaide Anna haar gezicht naar links om het zicht op het plein diep onder zich te vermijden. Daardoor kreeg ze zicht op de andere loopbrug, die ter hoogte van de vierde verdieping beide gebouwen horizontaal verbond. Hij werd wel ‘de herenpassage’ genoemd, omdat hij vrijwel exclusief gebruikt werd door de leden van de raad van bestuur, die op de vierde verdieping  van het hoofdgebouw zetelden.  Normaliter liep er op dit uur van de dag nooit iemand, maar nu zag ze door het glas heen twee mensen lopen, naast elkaar en in stevig tempo. Ze bleef staan en kneep haar ogen toe om beter te kunnen kijken. De ene gestalte, ja, dat was onmiskenbaar de bestuursvoorzitter. Zijn fors postuur, zijn licht voorover gebogen houding. En die andere? Een vrouw. Ranke gestalte, in een jurk of mantelpakje, hooggehakt. Het was haar manier van lopen, gracieus en doelgericht tegelijk, waaraan Anna haar herkende. Loes. Loes en de voorzitter, samen op weg naar haar vergadering. In een flits begreep ze hoe het spel gespeeld ging worden. Ze had toch om versterking gevraagd? Daar liep haar gevraagde versterking. Een topper, daar kon ze zo alles aan overlaten. Zodat ze zich zelf kon gaan concentreren op de strategie op de langere termijn. Wat een prachtig aanbod, wie kon dat nu weigeren. Toch?

Sommige dingen, bedacht Anna, gaan zelfs een trouwe hond te ver. Ze haalde diep adem, draaide zich om, en liep voor het eerst in een ritmische cadans de eindeloze reeks treden af. Over een exit-strategie gesproken, dacht ze, en liep met wapperende haren naar buiten, de storm in.