Geknechte tijd

dit gedicht schreef ik in 2012/13, en is inmiddels
in menige directiekamer voorgelezen.
het haalde de top-1000 van de Nationale Gedichtenwedstrijd 2013.

De ovalen vergadertafel met leren stoelen eromheen.
Onzichtbare pikorde. Hier kent iedereen zijn plaats.
Het is er te warm, te koud, te donker, te licht.
Een plek om niet te willen zijn.

Onbehagen druipt van de beschaafd behangen wanden,
de strijdtrofeeën hangen tussen tekens die niemand leest.
De koffie wordt gedronken met wantrouwen en melk,
geen suiker kan de sfeer verzoeten.
De tijd speelt een spel van vertragen en versnellen.
Je wilt iets zeggen, maar het moment is al voorbij.
Als de voorzitter spreekt, maakt de klok zich breed 
als een kater op oorlogspad.
Geknechte tijd.
Je handen klam, je schouders stijf, je hele lijf schreeuwt:
weg van hier.
Kijken heeft geen zin,
de macht sluipt onzichtbaar rond en beidt zijn tijd.
Als het moment daar is, poetst hij parmantig zijn snorren.
Krijgsgevangen is de taal, alle beeldspraak wordt geplunderd.
Metaforen maken de wereld hol.
Je bent de draad kwijt, geen touw om vast te knopen,
geen knoop om door te hakken.
Je innerlijke stem is al een tijdlang met verlof,
op zoek naar een nieuwe uitdaging.
Ja maar zeggen is immers uit de tijd.
Op de gang huiver je na,
de kilte van het corporate behang is in je botten gekropen.
En zoals vaker neem je je voor: hier kom ik niet meer terug.